Prinsjesdag 2021

Prinsjesdag 2021: de belangrijkste fiscale wijzigingen

Ook dit jaar verliep de Prinsjesdag ceremonie vanwege de geldende coronamaatregelen volgens een aangepast programma: het publiek werd opgeroepen zo veel mogelijk thuis te blijven, de troonrede werd uitgesproken in de Grote Kerk in plaats van in de Ridderzaal en het Binnenhof werd afgesloten. Ondanks deze versoberde ceremonie is op deze dag het nieuwe regeringsjaar door het demissionaire kabinet geopend en zijn de Miljoenennota, de Rijksbegroting en bijbehorende stukken gepresenteerd. De door het kabinet voorgenomen fiscale wijzigingen die in het Belastingplan 2022 zijn weergegeven, zijn (gezien haar demissionaire status) kleiner dan gebruikelijk en richten zich met name op verbetering van reeds bestaande belastingplannen. In deze blog geven wij de belangrijkste punten weer.

Startersvrijstelling in de Wet differentiatie overdrachtsbelasting

Per 1 januari 2021 trad de Wet differentiatie overdrachtsbelasting in werking, waarin onder andere een startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting is opgenomen. Aan deze vrijstelling werd de voorwaarde verbonden dat de waarde van de verkregen woning niet meer dan €400.000,- mocht bedragen. Om te voorkomen dat woningen gesplitst werden verkregen zodat de woningwaardegrens niet werd overschreden, werd als antimisbruikbepaling opgenomen dat de verkregen startersvrijstelling wordt teruggenomen op het moment dat de verkrijging van een woning binnen een jaar is opgevolgd door verkrijgingen ter zake van dezelfde woning (of daaraan toebehorende rechten).

Verduidelijking startersvrijstelling overdrachtsbelasting

Uit de huidige formulering blijkt op dit moment niet dat deze antimisbruikbepaling niet van toepassing is op verkrijgingen krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht of voor verkrijgingen waarbij de woningwaardegrens (die op 1 april 2021 in werking trad) nog niet gold. Daarom is voorgesteld de regeling ter zake hiervan te verduidelijken. Tevens is voorgesteld om verduidelijking te scheppen wanneer er sprake is van opeenvolgende verkrijgingen die tezamen al dan niet boven de woningwaardegrens uitkomen. Indien er bij een opvolgende verkrijging geen sprake is van het overschrijden van de woningwaardegrens, is alleen overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de opvolgende verkrijging. Op het moment dat een opvolgende verkrijging wel leidt tot een overschrijding van de woningwaardegrens, heeft dit tot gevolg dat het bedrag waarover bij de eerdere verkrijging de startersvrijstelling is toegepast wordt opgeteld bij de opvolgende verkrijging. Dat er in deze situatie overdrachtsbelasting verschuldigd is over de waarde van de opvolgende verkrijging vermeerderd met de waarde van de eerdere verkrijging, blijkt op dit moment nog onvoldoende uit de regeling. Ook op dit punt zal de regeling derhalve worden aangepast.

Gerichte vrijstelling voor thuiswerken

Als gevolg van de door de coronacrisis getroffen maatregelen was thuiswerken (gedurende lange tijd) de norm. Ook nu is de verwachting dat het thuiswerken, ondanks versoepeling van de maatregelen, zal blijven plaatsvinden. Het is gebruikelijker geworden om (gedeeltelijk) thuis te werken. Om deze reden heeft het kabinet voorgesteld om een gerichte vrijstelling te introduceren binnen de werkkostenregeling voor thuiswerkkosten. Deze gerichte vrijstelling komt naast de reeds bestaande vrijstellingen voor het inrichten van een thuiswerkplek en is bedoeld om werknemers tegemoet te zien in de kosten voor water- en elektriciteitsverbruik, koffie/thee en overige kosten.

Vrijstelling voor thuiswerken en reiskostenvergoeding

Uit onderzoek van het Nibud is gebleken dat thuiswerkkosten gemiddeld €2,- per thuisgewerkte dag bedragen. De gerichte vrijstelling zal daarom uitgaan van een maximaal bedrag aan belastingvrij te vergoeden thuiswerkkosten van €2,- per dag(deel). Ook indien een medewerker slechts een deel van een dag thuis werkzaam is en voor het overige op een vaste werkplek elders, kan de vrijstelling voor thuiswerken worden toegepast. De vrijstelling voor thuiswerkkosten kan niet naast de vrijstelling voor reiskostenvergoeding worden toegepast indien sprake is van gedeeltelijk thuiswerken en gedeeltelijk werken op een vaste werkplek. Een combinatie van deze vrijstellingen kan alleen worden toegepast indien er gedeeltelijk thuis wordt gewerkt en gedeeltelijk op een andere (zakelijke) plek dan een vaste werkplek.

Fiscaal partnerbegrip Inkomensafhankelijke Combinatiekorting

De Inkomensafhankelijk Combinatiekorting (IACK) is een heffingskorting, welke bedoeld is voor werkzame ouders met jonge kinderen. Voorwaarde is dat de belastingplichtige die aanspraak wil maken op de IACK alleenstaand is of een partner heeft maar het laagste arbeidsinkomen van hen verdient. In dit kader wordt voor het partnerbegrip aangesloten bij het fiscale partnerbegrip uit de Wet op de Inkomstenbelasting. Iemand die geen inwoner is van Nederland en geen kwalificerend buitenlands belastingplichtige is, wordt derhalve ook niet beschouwd als een fiscaal partner voor de IACK. Deze uitzondering leidt ertoe dat iemand met een buitenlandse partner die niet kwalificeert als fiscaal partner op grond van de Wet op de Inkomstenbelasting, toch aanspraak kan maken op de IACK. Het kabinet heeft daarom voorgesteld om de uitzondering op het fiscale partnerbegrip niet te laten gelden voor de IACK, zodat onbedoelde gevolgen worden voorkomen.

Steunpercentages voor de Milieuinvesteringsaftrek

Om de investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen te stimuleren, heeft het kabinet voorgesteld om de steunpercentages voor de Milieuinvesteringsaftrek te verhogen. Door toepassing van de Mileuinvesteringsaftrek kunnen ondernemingen een bepaald percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op hun fiscale winst, waardoor zij een belastingvoordeel genieten. De steunpercentages luiden op dit moment: 13,5%, 27% en 36% en worden per 1 januari 2022 verhoogd naar 27%, 36% en 45%. De bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de Milieuinvesteringsaftrek staan vermeld op de Milieulijst en worden jaarlijks in de Staatscourant en digitaal (RVO.nl) bekendgemaakt.

Aandelenoptierechten verstrekken wordt aantrekkelijker

Met de Wet fiscale regeling aandelenoptierechten wordt het aantrekkelijker om aandelenoptierechten als loon te verstrekken. Op dit moment vindt belastingheffing plaats op het moment dat een optierecht in aandelen wordt omgezet. Bij start-ups en scale-ups zijn daar echter niet altijd voldoende liquiditeiten voor beschikbaar, doordat de aandelen op dat moment nog niet verhandelbaar zijn. Er wordt daarom een keuzemogelijkheid voor het heffingsmoment voorgesteld per 1 januari 2022. Aan de werknemer wordt dan de mogelijkheid geboden om belasting te betalen op het moment waarop de opties worden omgezet in aandelen, of te kiezen voor belastingheffing op het moment waarop aandelen verhandelbaar zijn.

Beperking verrekening voorheffingen vennootschapsbelasting

Naar aanleiding van een in 2018 gewezen uitspraak van het Hof van Justitie heeft het kabinet voorgesteld om de verrekening van voorheffingen binnen de vennootschapsbelasting te beperken. In het arrest van het Hof van Justitie was sprake van strijdigheid met EU-recht doordat buitenlandse verlieslijdende vennootschappen Franse dividendbelasting moesten afdragen over uit Franse vennootschappen ontvangen dividenden, terwijl dat voor verlieslijdende Franse vennootschappen niet (of pas later) gold.

Voorheffingen van belastingplichtigen in Nederland

De huidige Nederlandse wetgeving kan tot soortgelijke uitkomsten leiden. Op dit moment kunnen in Nederland gevestigde belastingplichtigen gedurende het gehele (boek)jaar voorheffingen (dividend- en kansspelbelasting) verrekenen met de vennootschapsbelasting. Zodra het bedrag van de voorheffingen uitstijgt boven het bedrag van de daadwerkelijk verschuldigde vennootschapsbelasting, heeft de belastingplichtige recht op een teruggaaf van het verschil, ongeacht of zij al dan niet vennootschapsbelasting verschuldigd is. Deze mogelijkheid hebben in het buitenland gevestigde lichamen die niet Nederlands vennootschapsbelastingplichtig zijn, maar zich voor het overige in een soortgelijke situatie bevinden, niet.

Voorgestelde maatregel voorheffingen

De voorgestelde maatregel limiteert daarom de verrekening van voorheffingen tot het bedrag aan verschuldigde vennootschapsbelasting voordat met deze voorheffingen rekening is gehouden. Indien deze maatregel ertoe leidt dat een deel van de voorheffingen in een bepaald jaar niet verrekend kunnen worden, kan de voorheffing worden meegenomen naar een volgend jaar. Aan deze voortwenteling van de voorheffing zit geen termijn verbonden.

De maatregel is een tegenmaatregel op het eerder genomen beleidsbesluit, die juist voorzag in een verruiming mogelijkheid voor de teruggaaf van voorheffingen aan in het buitenland gevestigde entiteiten. De huidige maatregel leidt, in tegenstelling tot het beleidsbesluit, ertoe dat er geen teruggaaf van voorheffingen meer plaatsvindt in de situatie dat er effectief geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Zijn er vragen bij u opgekomen naar aanleiding van deze punten, wilt u meer weten over Prinsjesdag of zijn er andere zaken die u graag met ons zou willen bespreken? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Lees meer